Paardengebit
Symptomen
Er is een groot aantal symptomen dat kan wijzen op mondproblemen:
- het paard heeft onverteerde voedselresten in de mest
- het paard eet eerst hooi en dan pas granen
- het paard houdt tijdens het eten het hoofd scheef
- het paard lijdt aan gewichtsverlies
- het paard morst tijdens het eten voedsel uit de mond
- het paard heeft voedselproppen in de wangen
- door de slechte maling van het voer, dat daardoor slecht verteerd, kan koliek optreden
- het paard heeft een slechte adem; de kiezen kunnen haken hebben, die het zachte mondvlees beschadigen; ontstekingen en een slechte adem zijn het gevolg (dit geldt vooral voor jonge paarden die wisselen en voor oudere paarden)
- het paard slaat tijdens het berijden met het hoofd
- het paard ontwijkt het bit of pakt het bit slechts aan een zijde vast, neemt verkeerde stelling aan, en gaat steeds vaker met een rechterbuiging en -stelling door de linkerbocht (of andersom natuurlijk); uiteindelijk kunnen zelfs kreupelheden ontstaan in kogel, schouder of knie
- pijn door de druk op de buitenkant van de wang door het hoofdstel of het bit
- zwellingen op de kaak
- neus- en ooguitvloeiing
Periodieke controle
Bij paarden tot vijf jaar moet het gebit elke zes maanden worden gecontroleerd, omdat er in die periode tamelijk veel aan het gebit verandert. Tussen de leeftijd van 2½ en 5 jaar wisselen de tanden en kiezen. Het paard kan hier hinder van ondervinden. Het kan kreupel gaan lopen op de voorhand wanneer er gewisseld wordt in het bovengebit en op de achterhand als er gewisseld wordt in het ondergebit.
Bij paarden die ouder zijn dan vijf jaar is het ook van groot belang om het gebit om de zoveel tijd door een paardentandarts te laten controleren.
Erg belangrijk is dat u uw paard laat controleren voordat u met zadelmak maken begint. Zo kunt u voorkomen dat er wolfstanden of doppen in het gebit blijven zitten. Dit kan het rijgedrag negatief beïnvloeden. Het paard kan gaan schudden met het hoofd, het hoofd opgooien of kantelen, of achter het bit gaan lopen. Slecht rijgedrag ‘slijt’ er sneller in dan uit!
De paardentandarts zorgt dus niet alleen voor het verhelpen van de problemen van uw paard, maar vooral voor het ‘preventief onderhoud’.
Goede paardentandartsen zijn schaars; vraag daarom naar de ervaringen van andere paardenbezitters. Controleer of het werk goed is gedaan door voor en na de behandeling aan het gebit van het paard te voelen. Als de kiezen niet glad aanvoelen, dan heeft de tandarts zijn werk niet goed gedaan. Om bij de achterste kiezen te kunnen komen, heeft hij een mondklem nodig. Een tandarts die ervan uitgaat dat hij zijn werk zonder dat instrument kan doen, is geen vakman.
Rendement
Het rendement van goede gebitsverzorging:
- betere spijsvertering en daardoor lagere voerkosten
- betere conditie
- gezonder product bij fokmerries en dekhengsten
- mooiere vacht
- verhoogde gehoorzaamheid
- betere prestaties
- gezondere beweging en dus verbetering van de spieropbouw
- een mogelijke oorzaak voor koliek, hoesten en kreupelheid wordt weggenomen
- langer en gezond leven.
Waarom gebitsverzorging bij paarden ?
De verzorging van het gebit bij een paard, is iets wat de laatste jaren een grote belangstelling heeft gekregen. Er wordt daarom ook wel eens ten onrechte over een modegril gesproken. Dit doordat, zo zegt men, het vroeger niet nodig was. Toen hadden de paarden geen problemen met het gebit.
Dit klopt voor een deel ook wel. Maar de paarden worden nu voor een heel ander doel gehouden, maar ook heel anders gehuisvest en gevoerd. Vroeger werd er met de paarden gewerkt, ze moesten geld verdienen. Kon een paard dat niet meer, dan ging het paard weg. De paarden worden nu bijna allemaal gehouden om een andere reden.
De voeding is ook heel anders geworden. Vroeger kregen de paarden voornamelijk harde graansoorten te eten, zoals tarwe, haver en gerst. Hier moesten de paarden lang op kauwen om het verteerbaar te maken. Nu krijgen de meeste paarden een uitgebalanceerde voeding, die weliswaar voorziet in alle behoeften van het paard, maar heel zacht is.
De paarden staan nu ook veel meer op stal, vroeger stonden de paarden ook veel in de weide waar ze dan continue aan het eten waren. Maar ook de grassen die vroeger in het weiland stonden waren veel stugger dan de grassen die er nu staan. Nu hoeft een paard minder te kauwen om het gras verteerbaar te maken.
Deze factoren zijn eigenlijk de hoofdoorzaken van dat het gebit van een paard niet voldoende afschuurt/afslijt. Doordat het gebit van een paard het hele leven doorgroeit, en nu dus niet voldoende slijt. Het groeit ongeveer 4 mm per jaar en slijt maximaal 3 mm per jaar.
Hierdoor ontwikkelt het paard scherpe randen op de kiezen, de zo genaamde “haken”.
Deze haken komen veel voor bij paarden en ze kunnen heel scherp worden. Dan prikken ze in het mondslijmvlies van het paard, waar ze veel pijn veroorzaken. Ze kunnen het slijmvlies ook zo beschadigen dat het gaat ontsteken.
Een paard kan veel last van deze haken hebben. Het geeft pijn bij kauwen van zijn voer, waardoor een paard slecht kan gaan eten. Maar ook met rijden kan een paard er erg last van hebben. Wanneer een paard een hoofdstel om heeft worden de wangen tegen de haken aan gedrukt, dit doet natuurlijk pijn.
|
Wat doet de gebitsverzorgende ?
De meeste paardengebitverzorgenden in Nederland, zijn geen paardenarts.
Dit houd in dat ze wel gecertificeerd zijn om behandelingen aan het gebit uit te voeren, zolang er maar geen operatieve handelingen gedaan worden, vergelijkbaar met de mondhygiënenist voor mensen. Dus ook het geven van een verdoving moet altijd door een dierenarts gedaan worden, of er moet gebruik gemaakt worden van een pasta of de muisjes, al is de werking daarvan veel minder voorspelbaar.
Dus een gebitsverzorgende mag wel, haken weg vijlen, tandsteen verwijderen, eventueel lossen melk tanden en kiezen verwijderen. Ook kan er een advies gegeven worden over welk bit het beste bij je paard zou kunnen passen, al is dit vaak lastig, omdat we niet het paard z’n gedachten kunnen lezen, om zo te vragen wat prettig is en wat niet…
Wat tevens een belangrijke taak van de paardengebitverzorgende is het ontdekken van problemen in de mond die specialistische zorg nodig hebben en hier mee het paard met eigenaar door te verwijzen naar de juiste persoon of kliniek.
De behandeling
Voor de behandeling van een paard zijn een aantal instrumenten nodig.
- Een mondklem, die het mogelijk maakt om veilig het gebit te voelen en te behandelen.
- Een aantal vijlen voor het boven- en ondergebit.
- Een aantal tangen om tandsteen enz mee te verwijderen
- Een emmer met desinfecteer middel om alles schoon te maken.
- Wanneer een paard behandeld wordt, dan word eerst het hoofd nauwkeurig bevoeld. Dit geeft al een heleboel informatie over de schedel en over het eventueel wisselen van de kiezen.
- Daarna worden de snijtanden bekeken.
- Dan wordt de mondklem bij het paard omgedaan, en kunnen de kiezen worden bevoeld.
- Nadat er besproken is wat er eventueel gedaan zou moeten, en hoe dat het beste gedaan kan worden, kan er begonnen worden met het behandelen van het bovengebit, hiervoor hoeft het paard geen mondklem in, omdat het bovengebit iets breder is ten opzichte van het ondergebit.
Dit wordt door de meeste paarden als zeer prettig ervaren. - Wanneer het boven gebit gevijld is wordt de klem weer omgedaan, om het bovengebit te controleren en het ondergebit te vijlen.
- Wanneer het boven gebit gevijld is wordt de klem weer omgedaan, om het bovengebit te controleren en het ondergebit te vijlen.
Wanneer de behandeling klaar is word er nog even gekeken of er nergens wondjes zijn ontstaan, wanneer dat het geval is worden deze nog even na gespoeld met desinfectie middel.
De voordelen van gebitsverzorging
De voordelen van het regelmatig laten verzorgen van het paardengebit, zijn voor het paard heel duidelijk merkbaar.
- Hij zal makkelijker en zonder pijn kunnen eten.
- Hij zal niet meer knoeien met zijn voer.
- Hij zal geen proppen meer maken.
- Hij heeft geen last meer van haken die in zijn wangen prikken.
- Hij kan zijn voer beter verteren en benutten.
- Hij zal minder snel last hebben van koliek.
Maar de eigenaar kan het ook merken.
- Meer plezier met rijden.
- Minder voer verspilling.
- Minder tot geen ergernis over het eetgedrag van het paard.
- Het voer wordt beter benut, hierdoor lagere voerkosten.